Rassenkeuze :


Nederlandse Brakkenclub
Basset Bleu de Gascogne
Bayrischer
   Gebirgsschweisshund

Drever
Duitse Brak
Erdélyi Kopó
Grand Bleu de Gascogne
Griffon Bleu de Gascogne
Hamilton Stövare
Hannoveraanse
   Zweethond

Otterhound
Petit Bleu de Gascogne
Porcelaine
Schwyzer-,
   Berner-,  
   Luzerner-,
   Jura Laufhund

Steirische Rauhhaar
   Hochgebirgsbracke


Zusterverenigingen
Basset Artésien Normand
Basset Fauve
   de Bretagne

Basset Hound
Beagle
Bloedhond
Grand-en Petit Basset 
   Griffon Vendeen

Maak uw keuze :


Gedragsregels

Aanschaf

Dekking

Geboorte

Herplaatsing

Opvoeding

Aard en gedrag

Brakkenhistorie

Jacht en zweetwerk

 

Algemeen :

Startpagina
 

Terug naar Rassen en Fokkers
 

 

STEIRISCHE RAUHHAAR HOCHGEBIRGSBRACKE
(Peintinger Bracke)



Geschiedenis

Omstreeks het jaar 1200 voor Christus, werden de eerste Egyptische brakken door de Polynesiërs en Grieken als ruilobject naar Europa gebracht. Met de Romeinen kwam de brak bij de Germanen. Vooral de Kelten hebben zich met de fok intensief bezig gehouden. De Keltenbrak ging dan ook de kynologische geschiedenis in. Al onze brakken slagen stammen af van deze Keltenbrakken. Het ontstaan van de Steirische Rauhhaar vond plaats in 1880 te Oostenrijk. Door Karl Peintinger werd een Hannoveraan gekruist met een Istrianer ruwharige reu. De reden, om rust, concentratie en de uitstekende neus te vermengen met de soepele beweging en een zeker spoorluid, en te voorzien van een watervaste pels.
 

Kenmerk

Dit ras is een trouwe robuuste intelligente en gepassioneerd begeleider van de jager in het bos en het hooggebergte.
In het bijzonder de aanleg voor het werk na het schot. Een uitgesproken goede zweethond, die  met zijn ruwharige charme, de rust en aanhankelijkheid, ook binnen de familie zijn plaats weet te vinden. De Steirische Rauhhaarbracke wordt ook wel Peintinger brak genoemd. Steeds meer jagers vinden, ook buiten Oostenrijk, waardering om zijn uitstekende prestaties, en weten hem te schatten, om zijn hoge intelligentie en veelzijdigheid. Twee eigenschappen die hem in het hooggebergte zo waardevol maken. De ruwhaar is een middelgrote, krachtige hond van 45 tot 53 cm schofthoogte. Een imposante verschijning met een ernstige gezichtsuitdrukking en een vaal geel tot rode beharing. Welke hem ongevoelig maken tegen nadelige klimatologische weers  invloeden. Hij is niet gevoelig voor kou, sneeuw en regen, ook kan hij goed tegen hitte en dorst.
 

Gebruik

Een gepassioneerde harde jachthond, die met een mooie luide stem ook in het zwaarste bergterrein het wild kan volgen. Met deze aanleg is hij in staat met goed gevolg te brakkeren op het Haas en Vos. Maar is door zijn scherpte geschikt voor de jacht op zwartwild. Zijn prestatie op de nazoek van ziek wild is indrukwekkend. Hij hoeft niet onder te doen voor de specifieke zweethonden rassen. Aan zijn rustige wezen en aanhankelijkheid kun je niet vermoeden, hoe hij opleeft bij de inzet. Hoe hij verstandig en rustig doch onvermoeibaar en taai het spoor volgt van ziek wild.
En hoe scherp hij is bij het gestelde wild. Een aangeboren karakter voor doodverwijzen of doodverbellen.
 

Fok

De aanlegtest en gebruiksproef moet met goed gevolg zijn afgelegd.
Hij moet schotvast, verdedigings-scherp en roofwildscherp zijn.
De zweetproef van 1000 meter en een H.D test ommuren het geheel om in aanmerking te komen voor de fok. Zij moeten tijdens de jacht beproefd zijn en een zeergoed tijdens een exterieurkeuring. F.C.I. standaard nr. 62. Alleen afgifte aan jagers.
 

Afgifte.

Alleen in handen van jagers die tevens kunnen aantonen voor deze Brak werk te hebben.
 

Rasstandaard FCI nummer 62 Sectie 1.2

 

Algemeen voorkomen : Middelmatig grote hond, goed bespierd.
Uitdrukking serieus, maar niet sluw.
 
Schofthoogte : reuen 47-53 cm. teven 45-51 cm.

 

Vacht : Vacht moet ruw, dicht en vol zijn, zonder glans.
Het haar op het hoofd is korter dan op het lichaam. Daardoor vormt zich garnituur rond de snuit (snor)

 

Gebruik : Een gepassioneerde, harde jachthond met een mooie luide stem die ook in het zwaarste bergterrein het wild kan volgen. Goed in staat te brakkeren op haas en vos, maar door zijn scherpte ook geschikt voor de jacht op zwartwild.

 

Gezondheid : Er zijn geen rasspecifieke afwijkingen bekend.

 

Aard : Rustig en aanhankelijk. In het werk echter onvermoeibaar.
Mag beslist niet agressief of angstig zijn.
Niet echt geschikt als huishond. Moet echt kunnen werken met een jager.

 

Bijzonderheden Fokdieren moeten de aanlegtest en gebruiksproef met goed gevolg hebben afgelegd. Hij moet schotvast en verdedigingsschep zijn.
 

 

Informatie

Secretariaat Nederlandse Brakken Club;
of 
H.A.Moens, tel :  026-3810609

En wordt lid van deze Rasvereniging

 


 

Naar boven