Opvoeding van een brak
|
pagina printen of opslaan ?
|
|
klik
hier
|
![]()
Rust
De hond heeft een eigen plek nodig op een rustige en vooral tochtvrije plaats om ongestoord te kunnen slapen. Hem kan geleerd worden naar zijn mand te gaan met het bevel "mand" of "plaats". Pups hebben veel slaap en rust nodig, maak een pup niet onnodig wakker: dit kan een nerveuze hond opleveren. Laat ook uw kinderen de pup met rust laten, dit is soms erg moeilijk. Ook is het erg makkelijk een bench te hebben, die men kan afsluiten, vooral om de hond zindelijk te maken. De hond bevuilt niet zijn eigen plek, dus zal hij als u hem ‘s nachts hierin opsluit zijn behoefte niet doen in zijn eigen nest. Een pup wil ook kauwen en bijten, geef hem een hard bot (goed voor het gebit), dat voorkomt dat hij zijn kauwlust op uw nieuwe schoenen of gordijnen botviert. Geef hem ook geen oude schoen of oude sokken, de pup kent geen verschil tussen oud en nieuw!
Zindelijk
Het zindelijk maken is geen probleem als u de moeite neemt de pup de eerste dagen om het uur en als hij gegeten en gedronken heeft even buiten neer te zetten en steeds op dezelfde plaats, zodat hij zijn luchtje (en de bedoeling) zal herkennen. Al snel zal de pup daar ook iets willen doen, waarna hij uitbundig wordt geprezen. Gebeurt er daarna tussendoor toch nog een ongelukje in huis (vaak door dat de baas niet heeft opgelet) zeg dan "foei" of "dat mag niet" en zet hem weer buiten neer, tot dat hij snapt wat wel en niet van hem wordt ver wacht. Geleidelijk kunnen we de tussenpozen langer maken.
Inentingen
Komt de pup met 8 à 10 weken in zijn nieuwe huis,
dan heeft hij zijn inentingsboekje mee gekregen van de fokker.
Hij hoort dan zijn zogenaamde "halve enting" (die bij 6 weken wordt gegeven)
achter de rug te hebben en is getatoeëerd/gechipt. Als de pup 9 weken oud is,
dient hij zijn (eerste) Parvo-enting te krijgen. Op een leeftijd van 12 tot 14
weken moet hij terug naar de dierenarts om zijn definitieve enting te krijgen
tegen hondenziekte, leverziekte, kennelhoest, ziekte van Weil, en opnieuw Parvo
en hondsdolheid. De enting tegen Parvo wordt herhaald tussen de 16 tot 18 weken.
Als de hond 1 jaar oud is dient hij opnieuw de volledige enting te krijgen. De
enting tegen Rabiës (hondsdolheid) wordt ook wel om de twee jaar herhaald. Als u
uw hond meeneemt naar het buitenland, moet u eraan denken, dat daar een
jaarlijkse enting tegen hondsdolheid voor geëist wordt. U moet dan uw hond
minimaal 30 dagen voor aanvang van de vakantie gevaccineerd hebben. Vergewis u
tijdig van de bepalingen die gelden in de landen van uw keuze. Groot-Brittannië
bijvoorbeeld heeft 6 maanden quarantaine (wordt in 1999 waarschijnlijk
opgeheven).
Een pup is in de regel minimaal twee keer ontwormd in het nest, met een breed
spectrum anti-wormmiddel. Geadviseerd wordt de hond in het eerste jaar
maandelijks of minimaal eens per kwartaal met een middel tegen spoelwormen te
behandelen. Tijdens uw bezoek aan de dierenarts over de entingen zal hij u
hierover gaarne van advies dienen.
Opvoeding
Brakken moeten veel getraind en opgevoed worden,
maar de opvoeding van de bazen is zo mogelijk nog belangrijker. De bazen dienen
te worden opgevoed tot vertrouwde leiders van hun honden. De volgende adviezen
kunnen u helpen dit te bereiken:
-
Men moet al met een jonge pup gaan oefenen. Laat hem van jongs af aan los in het bos en oefen in het komen op bevel.
-
De hond dient buiten volledig gehoorzaam te zijn vóór hij de leeftijd van 7 maanden heeft bereikt; dan begint de jachtpassie namelijk op te treden.
-
De hond moet (vóór de leeftijd van 7 maanden) aan de lijn kunnen lopen zonder te trekken en moet op bevel komen. Hiervoor is oefening met een signaal (fluit of hoorn) makkelijk, want later moet de jachtpassie op bevel onderbroken kunnen worden. Bij het op bevel komen of onderbreken van de jacht moet de hond iets prettigs wachten, lekkers of een leuke bezigheid zoals spelen met een bal, zodat een positieve associatie ontstaat.
-
Belonen is belangrijk, veel belangrijker dan straffen. Straf alleen op het moment van de fout; op een later tijdstip begrijpt de hond de reden niet.
-
Leer de hond van jongs af aan een tijdje alleen te zijn (deze tijd langzaam opbouwen). Leer commando’s stap voor stap. Leer niets half; eerst 100% zitten, dan 100% volgen, dan 100% komen. Dit geeft samen 100% gehoorzaamheid.

-
De baas moet een echte leider zijn, anders neemt de brak de leiding over. De baas moet veel geduld hebben maar consequent eisen dat een bevel wordt opgevolgd. Groot overwicht is nodig; dit vereist aanleg en veel zelfbeheersing.
-
Ongehoorzaamheid (er vandoor gaan) moet men trachten te voorkomen door voortdurende oplettendheid op hond en omgeving, zodat men op tijd kan ingrijpen. Een bevel kan men pas afdwingen als de hond dichtbij is, anders kan men beter het bevel achterwege laten. Gaat de hond er toch vandoor, wacht dan af tot hij terug komt zonder voortdurend te roepen en te fluiten en beloon hem dan.
-
Er moet een goede band ontstaan tussen hond en baas. Deze ontstaat door veel met de hond bezig te zijn zonder de hond door een te harde hand wantrouwend te maken. Welk werk men met de hond doet, is van ondergeschikt belang; dat kan voorbereiding tot de jacht zijn of deelnemen aan een gedrags- of gehoorzaamheidscursus.
-
Moet men een al oudere hond trainen in het loslopen in het veld, dan moet men dat doen nadat hij moe geworden is door bijvoorbeeld eerst een eind te gaan fietsen.
-
Heeft u twee of meer honden, vooral brakken, laat ze dan als ze jong zijn om de beurt los. Twee honden halen meer kattenkwaad uit dan één en ze gaan veel verder en fanatieker jagen. U kunt tenslotte ook maar één hond tegelijk in de gaten houden. Voorkom dat de ene hond gaat "vluchten" voor de ander omdat hij "onder de plak" zit.
